28 februari 2013

Heeft het ACW elk moreel gezag verloren?

Geschreven door Jef Mariën* op donderdag, 28 februari 2013 

Het ACW zit in het oog van de storm. De beschuldigingen zijn niet min: schriftvervalsing, belangenvermenging,financieel gesjoemel, fiscale fraude. Als we de media mogen geloven heeft de beweging, ook als maar een fractie kan worden bewezen, alle geloofwaardigheid verloren. Hoe kan je als beweging nog langer uitspraken doen over het immorele gedrag van anderen als je je zelf schuldig maakt aan ‘fiscale optimalisatietechnieken’? Is dit het eindpunt van een evolutie die al begonnen is in de jaren negentig? Een absoluut dieptepunt of mogelijk de start van een nieuwe periode? Om duidelijkheid te scheppen moeten we even terug in de tijd. Maar eerst nog even dit. De rechtstreekse aanval op het ACW is minstens evenzeer gericht op de deelorganisaties van het ACW. De kritiek op ‘het immorele gedrag’ en de ‘verloren geloofwaardigheid’ treft evengoed de vakbond ACV in al zijn geledingen, alsook de sociaal-culturele verenigingen zoals Femma, kwb, KAJ en Okra. Het zijn juist deze deelorganisaties die de drijvende kracht vormen van de permanente kritiek vanuit de christelijke arbeidersbeweging op alle vormen van sociale onrechtvaardigheid. Het zijn die drijvende krachten die men met deze gerichte aanval in diskrediet wil brengen.

Een terugblik

In de loop van de jaren negentig van vorige eeuw gingen de coöperatieve werken van het ACW één voor één voor de bijl. LVCC, BAC, Ultra Montes, SVAccent, Sofidi, Samko bureau, de krant ‘Het Volk’ werden overgenomen, opgeslorpt, verkocht, failliet verklaard, opgedoekt. Enkel Arco (samen met Arcofin, Arcopar en Arcoplus) presenteerde zich nog als coöperatieve tak en was de drijvende kracht achter de overgang van BAC naar Bacob om via enkele tussenwegen bij Dexia uit te komen. Begin 2001 ontpopte de christelijke arbeidersbeweging zich als de grootste sociale holding van het land. Dat leverde het ACW geen windeieren op. Maar de kruik gaat zo lang te water tot ze barst. In 2008 kwam Dexia, in volle bankencrisis, in grote moeilijkheden en het ACW als belangrijke referentiehouder deelde in de klappen. In 2011 ging het licht uit bij Dexia en Arco moest noodgedwongen in vereffening gaan. De discussie over de Dexia-winstbewijzen die het ACW incasseerde en de staatswaarborg voor de coöperanten laaide in alle hevigheid op. Net zoals vandaag werd ‘de graaicultuur’ van het ACW op de korrel genomen en werden het ACW en ACV aangemaand eerst voor eigen deur te vegen vooraleer banken en ondernemingen de les te spellen. Sinds de persconferentie van de N-VA op 14 februari zijn we een fase verder.

De N-VA gaat in de aanval 

De NV-A zet het ACW nu letterlijk te kijk als een bende sjoemelaars, leugenaars,profiteurs en dieven. Fraudeurs dus. ACW-voorzitter Develtere probeerde zich de eerste dagen schrap te zetten, leek daar niet echt in te lukken tot hij op dinsdag 19 februari in het bijzijn van expert Axel Haelterman kwam vertellen dat er met de cvba ‘Sociaal Engagement’(waar de vroegere winstbewijzen van Dexia waren ondergebracht), technisch-fiscaal gezien, niks fout was en dat dus de beschuldiging van fraude totaal uit de lucht gegrepen is. Dus sloeg hij terug en kondigde aan een klacht wegens laster in te dienen tegen de NV-A- kamerleden Jan Jambon en Peter Dedecker. Nu al kunnen we voorspellen dat ons een lange en dure juridische slijtageslag staat te wachten.
Het juridisch aspect van deze zaak is zeker niet onbelangrijk. En de dure woorden zijn weer gevallen: tot op het bot, de onderste steen, enz. Afwachten dus wat fiscale experts en het gerecht zullen boven spitten. Eén ding is zeker: iemand zal op de blaren moeten zitten. Het ACW als het toch in de fout ging, want zo zei ACV-voorzitter Leemans: “Het is duidelijk dat zelf als maar een gedeelte van de beschuldigingen…een grond van waarheid heeft, het hier laakbare feiten betreft, die het ACV absoluut afkeurt”. Maar ook de NV-A riskeert een deuk in het blazoen te krijgen als zou blijken dat de partij het ACW valselijk beschuldigd heeft met het oog op het beschadigen van dat ACW. De vraag is evenwel wie het meest beschadigd uit het avontuur zal te voorschijn komen.

De geloofwaardigheid van de Christelijke Arbeidersbeweging

Wij vrezen dat de geloofwaardigheid van het ACW meer dan ooit op het spel staat. Met ‘Beweging’ hebben we altijd met argusogen gekeken naar de ontwikkelingen binnen de christelijke arbeidersbeweging. Lange tijd heeft de beweging de dynamiek van het neoliberalisme niet altijd correct ingeschat en is ze, net zoals vele andere bewegingen en partijen, minstens gedeeltelijk, overstag gegaan voor de sirenenzang van het neoliberalisme en de lokroep van de vrije markt. Geleidelijk aan werd de eigen ‘economische poot’ uit handen gegeven en werd er gekozen voor de vlucht vooruit, voor het grote geld. Dat was niet te vinden in een kleine spaarbank en dus werd er aangeklopt bij Dexia. ‘De ziel van de zuil staat op de beurs genoteerd’, schreef Didier Verbruggen in 2005 in zijn boek ‘De uitverkoop van het ACW. Een verhaal van geld en idealen’. Sinds 2001 heeft het ACW inderdaad radicaal gekozen. Het coöperatieve verhaal werd opgedoekt en de beweging, als institutionele belegger, werd met handen en voeten gebonden aan het bancaire systeem door zijn eieren in de korf van het risicovolle financiële kapitalisme te leggen. Was er geen kritiek op deze ontwikkelingen? Jawel, maar die werd afgedaan als cafépraat. Wij zijn absoluut niet te ver gegaan, beweerde de ACW-top toen. We kozen voor zakelijkheid, schaalvergroting en efficiëntie, we konden niet anders, het was ‘de tijdsgeest’. Dat vinden wij een bijzonder flauw argument. En in zijn commentaar bij de recente ontwikkelingen van de Arco-saga en de Belfius-winstbewijzen neemt ook P. Develtere te weinig afstand van die toenmalige tijdsgeest. Er bestond toen wel iets dringender dan als sociale beweging rücksichtlos met de tijdsgeest mee te gaan.
De arbeidersbeweging, ook de christelijke, is 150 jaar geleden precies geboren en groot geworden door zich af te zetten tegen de toenmalige tijdsgeest. Die oefening had het ACW opnieuw moeten maken in het eerste decennium van de nieuwe eeuw. In plaats van hals over kop met de tijdsgeest mee te hollen had het ACW weerwerk moeten bieden tegen het toenmalige klimaat van liberaliseren, privatiseren, dereguleren en met eigen initiatieven moeten uitpakken om net die tijdsgeest om te buigen naar een meer menselijke samenleving. Hoe valt het te rijmen dat je als beweging streeft naar een economie in dienst van mens en samenleving als je tegelijk participeert aan de (losgeslagen) financiële markten? Voor ons is het duidelijk. Als je als organisatie vecht tegen ongelijkheid en onrechtvaardigheid, als je dus het kapitalisme wil bestrijden, kan je niet deelnemen aan de machten die de touwtjes van dit soort maatschappij in handen houden. Eens je dat doet, raak je verwikkeld in een kluwen van belangen waarbij het streven naar de grootst mogelijke winst weinig of geen ruimte laat voor welke ethische norm dan ook.

Licht in de duisternis

Te midden van de storm waarin het ACW is terecht gekomen is er één lichtpunt. Velen verwittigen de goegemeente dat het kind niet met het badwater mag weg gekieperd worden. Het ‘sociale kapitaal’ dat de christelijke arbeidersbeweging vertegenwoordigt kan niet zo maar bij het grof vuil gezet worden. Heel veel commentatoren wijzen erop dat de inzet van duizenden vrijwilligers niet kan teniet gedaan worden door de strapatsen, inschattingsfouten, verkeerde keuzes die een deel van de leiding in Brussel heeft gemaakt.
Het sociaal kapitaal van het middenveld is onmiskenbaar van groot belang voor het functioneren van de democratie en de samenleving. Je kan de initiatieven van die duizenden vrijwilligers die de maatschappelijke integratie bevorderen, een socialiserende rol vervullen en emanciperende kracht hebben, niet ontkennen. Als je het ACW uit elkaar speelt en het middenveld uitschakelt dan betalen we daar een dure prijs voor. Dan nemen de kansen op een echte solidaire, duurzame, warme en rechtvaardige samenleving gevoelig af. Wij sluiten ons daar graag bij aan. En voorlopig zegt ACW-voorzitter Develtere is er van een leegloop nog geen sprake. De beweging klit, onder de voortdurende aanvallen, stevig aan elkaar. Toch is het zeer de vraag met welk project de beweging die duizenden vrijwilligers en militanten aan zich kan blijven binden. Kunnen die overtuigd worden dat de christelijke arbeidersbeweging een sterke sociale beweging is en blijft die haar ‘roots’ niet wil verloochenen?

De bevoorechte relatie met de CD&V blijft een probleem 

Met welk maatschappelijk project wil de beweging al die mensen blijven mobiliseren? Eerlijk gezegd, zijn we daar niet gerust in. In de loop van de geschiedenis is de beweging groot geworden maar ze is onderweg ook een en ander kwijt gespeeld. Niet alleen werd de coöperatieve werking afgebouwd, ook het maatschappelijk en politiek project waar de beweging voor stond is uit handen gegeven en toevertrouwd aan ‘de vrienden’ in de CD&V. Dat heeft de beweging, zeker in de hoogdagen van de CVP, geen windeieren gelegd, maar zorgde er ook voor dat de eigen maatschappelijke en politieke doelstellingen sterk verwaterden. Wat een contrast met de situatie tot aan de Tweede Wereldoorlog. Het ACW beschikte toen over een sterke zelfstandige politieke macht, het had een eigen politieke infrastructuur en zette zwaar in op politieke vorming.
Dat heeft de beweging dus allemaal uit handen gegeven. Het maatschappelijk en politiek project van de beweging werd dus eerst ter harte genomen door de CVP en sinds 2001 door de CD&V, een partij die steeds meer opschuift naar rechts en het neoliberalisme. En alhoewel het overduidelijk is dat de CD&V steeds meer van de doelstellingen van de christelijke arbeidersbeweging afwijkt, wil het ACW zijn ‘bevoorrechte partner’ nog steeds niet in de steek laten. Waarom niet? Ja, natuurlijk, we hebben ACW-mandatarissen in de CD&V. Maar zijn die niet eerst CD&V-er en dan pas ACW-er? We willen de inzet van vele ACW-ers op plaatselijk vlak niet in twijfel trekken maar voor de ACW-mandatarissen in de Vlaamse en de federale regering ligt dat helemaal anders. Wie van de vele duizenden leden heeft ooit W. Martens, J.L. Dehaene en Y. Leterme tot ACW-er benoemd? Hoe komt het toch dat in de federale regering Vanackere, Schouppe en Verheirstraeten als ACW-ers door het leven gaan en Crevits en Schauwvliege in de Vlaamse regering? Zij vormen dus, als we de media mogen geloven, ‘de arbeidersvleugel’ in de CD&V. En als men daar dan ‘de linkervleugel’ van de Cd&V van maakt, dan horen wij het in Keulen donderen. In een recente folder van ‘Beweging’ prijken de foto’s van Dehaene, Leterme en Vanackere, ‘ACW-mandatarissen’ die geacht worden de doelstellingen van het ACW te verdedigen. Maar staan zij niet eerder voor de belangen van grote ondernemingen zoals Inbev of de visies van neoliberale organisaties als de Oeso? Is het aanvaardbaar dat een ‘ACW-minister van financiën zich uitspreekt tegen een vermogensbelasting, de aantasting van het indexmechanisme verdedigt, aanstuurt op langer werken en het participeren in risicokapitaal aanmoedigt?
Het ‘sociaal kapitaal’ dat in de christelijke arbeidersbeweging aanwezig is verdient beter. Veel van wat er leeft aan de basis wordt telkens opnieuw afgeblokt als er op het politieke niveau beslissingen moeten genomen worden. De heilloze band met de Cd&V verhindert dat de inzet van die vele vrijwilligers inzake solidariteit en rechtvaardigheid ook een politiek verlengstuk krijgt. Wat baat het dat het ACV, Femma, kwb en alle andere deelorganisaties van het ACW opkomen voor een sociaal en rechtvaardig programma als het door de bevoorrechte partner, de CD&V, niet wordt gevolgd? Beweging is dus van oordeel dat het ACV en het ACW met al zijn deeltakken op zoek moet gaan naar een nieuwe politieke frontvorming waar de inzet en de maatschappelijke doelstellingen van vrijwilligers, werknemers, uitkeringsgerechtigden en hun gezinnen eindelijk wordt gehonoreerd. Een eerste en noodzakelijke stap daartoe is de stopzetting van de bevoorrechte band met de CD&V. Zo lang dat niet gebeurt, zullen zogenaamde ACW-mandatarissen de kans krijgen om standpunten in te nemen en een beleid uit te voeren of te ondersteunen dat niet overeenkomt met het programma van het ACW.

Waarvoor staat het ACW?

Hoe zit het trouwens met dat programma van het ACW? Langs alle kanten wordt nu geroepen dat het tijd is om te herbronnen. ‘Laatste kans voor de ACW-topman’ blokletterde DM (21/03/13). Develtere moet de christelijke arbeidersbeweging onverwijld een moderner profiel aanmeten. Wij zijn benieuwd hoe hij dat gaat doen. Voor ons is het duidelijk dat de arbeidersbeweging, ook de christelijke, is ontstaan in de strijd tegen het kapitalisme en dus in de letterlijke zin van het woord een tegenbeweging is. De arbeidersbeweging heeft zich altijd verzet tegen de heersende economische aanpak. Telkens heeft ze geprobeerd, en dat met wisselend succes, het terrein van de economie, van de arbeid, van de brede maatschappelijke behoeften, niet aan de markt, aan de privébelangen, aan het kapitalisme over te laten.
Het besef was altijd aanwezig dat het belangrijk was greep te krijgen op de economie. En dat heeft de christelijke arbeidersbeweging ook dikwijls gearticuleerd. Een economie in dienst van mens en samenleving. Zowel de economie als de financiële markten zijn er niet voor zichzelf en zeker niet om steeds meer winst te accumuleren. Het geldwezen (spaar-en kredietrwezen) is maar een hulpmiddel voor de economie en die economie hebben we nodig om een samenleving uit te bouwen in dienst van mens en samenleving. Op die manier is een economie een proces dat ons allen aangaat. Daarom moet de economie ook van ons zijn. Als de arbeidersbeweging echt een greep wil krijgen op de maatschappelijke ontwikkelingen dan moet ze ook een greep krijgen op de economie en alternatieven ontwikkelen die perspectief geven aan een menselijke samenleving. Dan moeten we terug naar een coöperatieve bank, een bank van ons. Dan beletten we dat het financieel kapitalisme met ons geld verder de samenleving ontwricht, het milieu kapot maakt en jobs en inkomens vernietigt. En waarom zouden we niet pleiten voor een openbare bank? Hebben de privébanken hun failliet niet bewezen? Banken moeten gedwongen worden hun financiële middelen in te zetten voor de reële economie. Vanackere klopt zich nu op de borst dat hij strenge regels heeft uitgevaardigd voor de banken maar hij weigert wel mee te werken om de splitsing van gewone en van zakenbanken opnieuw, bij wet, op te leggen.
Het ACW kan nog altijd een grote rol spelen in de strijd voor een solidaire en rechtvaardige samenleving. Dan moet het lessen trekken uit het verleden en in het licht van de ravage die het kapitalisme nu wereldwijd aanricht koploper worden in de maatschappelijke en politieke strijd om het kapitalisme te bestrijden en het financieel kapitalisme voor goed aan de ketting te leggen. In De Standaard (20/02/13) stelde Marc Reynebeau dat het ACW gebukt gaat onder ‘twee erfzonden’. Twintig jaar geleden wilde het ACW meespelen met de grote jongens, ‘het nam toen afscheid van zijn coöperatieve ideaal en werd het een ordinaire zakenbankier’. Deze erfzonde vloeide voort uit een andere erfzonde: ‘de historische verzuiling waarin het middenveld systematisch was vervlecht geraakt met de overheid’.
Kan je zonder kleerscheuren onder een erfzonde onderuit, laat staan aan twee? We zullen het navragen. Met ‘Beweging’ denken wij toch dat de arbeidersbeweging, onder bepaalde voorwaarden, terug kan grijpen naar de coöperatieve idealen. En als de band met de CD&V wordt losgelaten, komt er ook daar een nieuw perspectief voor het ACW. Het was precies de symbiose met de CD&V, het feit dat het ACW geen eigen ‘politieke smoel’ meer had dat de vervlechting waar Reynebeau van spreekt ‘leidde tot een gebrek aan kritische afstand, tot argeloosheid tegenover vele vormen van conformisme en conservatisme die ontstaan in de omgang met macht’.

Biedt de huidige malaise kansen tot een nieuwe dynamiek?

Al bij al kan de huidige malaise leiden tot een nieuwe dynamiek. Als is het voorbarig te stellen, zoals E. Schouppe zich liet ontvallen, dat het ACW spoedig weer als een phoenix uit zijn as zal herrijzen. Er liggen immers kapers op de loer. De NV-A is geen partij zoals de anderen. Ze heeft bij manier van spreken een viscerale afkeer van het middenveld. Dat past niet in hun visie op de samenleving. De partij mag dan nu wel wat steviger verankerd zijn in het Vlaamse landschap na de gemeenteraadsverkiezingen van oktober van vorig jaar, ze beschikt niet over een middenveld zoals de andere partijen. Wellicht streeft ze dat ook niet na, net zoals de Volksunie vroeger waar de NV-A toch uit geboren is. Maar NV-A ziet wel de slagkracht van dat middenveld en dat ‘steekt’. Een recente studie heeft aangetoond dat niet minder dan 30% van de ACV-leden bij de laatste federale verkiezingen in 2010 voor de N-VA heeft gestemd. De NV-A zal er alles aan doen om nog meer kiezers te lokken en ze in te zetten voor een eigen volksnationalistisch programma. Daarbij schuwen ze de zware middelen niet. De aanval tegen het ACW kan moeilijk anders geïnterpreteerd worden. Vanwaar die beschuldiging van fraude bij het ACW? Je zou dat nog kunnen verklaren als de partij op dat vlak al enige verdienste had opgebouwd in het verleden. Maar niets is minder waar. Toen in het verleden de dubieuze fiscale praktijken van grote ondernemingen en eigenaars van grote vermogens uitvoerig uit de doeken werd gedaan, was er van de NV-A geen spoor te bekennen. De NV-A verdedigde wel steeds de notionele interest en had er niet de minste moeite mee dat de Franse veelverdiener Arnault in ons land een onderkomen zocht om aan de Franse fiscus te ontsnappen. Er staat een duidelijke rechtse agenda achter de pogingen om het ACW te destabiliseren. Het ACW, en zeker het ACV verdedigde tegenover de federale regering het behoud van een sterke sociale zekerheid. En laat dat nu net een doorn in het oog zijn van de NV-A. Bovendien komen er de verkiezingen van 2014 er aan. Als de CD&V in een zwakkere positie komt te zitten omdat het ACW zo goed als onschadelijk gemaakt is, ligt na de verkiezingen de weg open de weg open voor een rechtse meerderheid in Vlaanderen. In De Morgen (16/02/13) stelt Bart Eeckhout: “Wie zal bij CD&V Kris Peeters tegenhouden om het roer een ruk naar rechts te geven? Geen ACW’ers alvast, die liggen nog wel even in de Dexia touwen. Met dank aan NV-A, inderdaad”.
Als de rechterzijde erin zou slagen het ACW op te doeken dan zal er een enorm maatschappelijk kapitaal verdwijnen en is het perspectief op een solidaire en warme samenleving verder af dan ooit, schreef Willy Verbeek, ACW-voorzitter van Herent, onlangs in een lezersbrief (DM, 12/02/13). Alle hens aan dek dus om na alles wat er gebeurd is een nieuwe weg in te slaan. Laten we van de gelegenheid gebruik maken om een eigen uitgesproken maatschappelijke keuze te maken. Laat daarbij de belangen van de gemeenschap, van de kleine man en vrouw, van de werknemers primeren op een flou algemeen belang dat vaak misbruikt wordt om eerder een kleine groep te bevoordelen. Ga het gevecht aan met de neoliberale principes die de samenleving domineren en meer en meer mensen verknechten. Weiger te aanvaarden dat de winst van enkelen primeert op het goede leven van velen. Laten we dus naar buiten komen met een eigen uitgewerkt profiel, bediscussieerd en gedragen door dat onschatbare sociale kapitaal van de beweging, waarmee we de boer op kunnen, de confrontatie tegemoet. Een recht voor de raaps project dat mensen perspectief biedt en uitdagend genoeg is om, samen met alle progressieve krachten van het land, te bewijzen dat een andere wereld mogelijk is.

* Jef Mariën is actief in Beweging, een werkgroep van kritische en progressieve militanten binnen de christelijke arbeidersbeweging. Zij ijveren voor een strijdbare en politiek zelfstandige beweging om samen met andere sociale organisaties te werken aan een andere, meer rechtvaardige wereld. Dit artikel verschijnt binnenkort ook in Sprokkels, tijdschrift van Christenen voor het socialisme.

22 februari 2013

Hoe verder na het succes van 21 februari?

Met 40 000 waren we, uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Ditmaal geen sprake van een erg ongelijke mobilisatie: zowel het ABVV als het ACV hadden duidelijk goed gemobiliseerd, en de treinen uit Brugge of Hasselt zaten even overvol als die uit Charleroi of Luik. Al van vroeg in de ochtend hadden verschillende vakbondscentrales de ronde gedaan van patroonsfederaties uit hun sector, actie gevoerd aan de Beurs, enz. Gevolgd door een stevige betoging, die minstens een beetje afweek van het traditionele parcours. In heel wat steden werd ook flink gestaakt in het openbaar vervoer. In Gent waren ook heel wat stadscrèches gesloten. Hier en daar lagen ook bedrijven plat. Arbeiders en bedienden van Ford en de toeleveranciers en van ArcelorMittal namen massaal deel. Zij namen terecht de kop van de manifestatie.

Hamvraag is nu hoe het verder moet. Al enkele uren na de betoging kondigde het kernkabinet aan dat er al zeker geen sprake van kan zijn de dwingende loonnorm ook maar enigzins te versoepelen, terwijl een stevige aanpassing, of zelfs de afschaffing van de loonnorm, nochtans een belangrijke eis is voor de meeste mensen die op straat kwamen. Of de regering rond de andere eisen van het gemeenschappelijk vakbondsfront ook maar de minste toegeving wil doen, is zeer de vraag. 

Nee, het is duidelijk: willen we onze eisen afdwingen, en koers zetten naar een ander, socialer beleid, mogen we enkel rekenen op onze eigen massale en volgehouden actie. 

Het sociaal verzet versterken

We hebben nood aan een duidelijk actieplan, rond eisen die niet enkel de scherpste kantjes van de sociale afbraak willen afvijlen. Naar provinciale stakingsacties met regionale betogingen en acties, naar een nationale algemene staking indien nodig. Durven strijden, durven strijden om te winnen!

Het politieke verzet opbouwen

De vakbeweging heeft vandaag gewoonweg geen vrienden meer in de regering. Kan iemand de illusie volhouden dat Johan Vande Lanotte onze index zal vrijwaren? Dat Monica De Coninck de belangen van de werklozen zal behartigen? Dat Hendrik Bogaert het plots zal opnemen voor de federale ambtenaren? ABVV en ACV moeten snel, klaar en duidelijk, afstand nemen van de politieke “vrienden” die hen continu bestoken met bommen en granaten. 

De arbeidersbeweging, in al zijn geledingen, moet zelf haar eisen durven stellen en verdedigen. Syndicalisten moeten zelf mee de opbouw van een radikaal democratische, radikaal sociale en pluralistische politieke beweging in handen nemen. Hierbij zouden ze steun moeten vinden bij alle antikapitalistische organisaties, die enkel de belangen van de ganse werkende klasse, met of zonder job, man of vrouw, van Belgische of migrante oorsprong, als maatstaf mogen nemen. De PVDA, als grootste partij van radikaal links zou hier een zeer positieve rol kunnen spelen, als ze dit wil.

Een initiatief zoals dat van het ABVV van Charleroi, dat hierin ondertussen ook de steun krijgt van het CNE (Franstalige christelijke bediendencentrale, tegenhanger van de LBC) verdient ook in Vlaanderen navolging!

 
Het strategisch debat voeren

Het is helaas maar al te duidelijk dat deze opvatting vandaag nog niet algemeen gedragen wordt binnen de vakbeweging. Een groot deel van de vakbondsleidingen blijft vasthouden aan het sociaal overleg, ook als dit enkel nog inhoudt dat de ene toegeving na de andere wordt gedaan aan het patronaat en haar regering. Sommigen onder hen willen de vakbonden ronduit omvormen tot vooral dienstverlenende organisaties, en zien solidaire, massale actie als een ding uit het verleden.                     
Een ander deel wil wel mobiliseren, maar met mate, kwestie van de “vrienden” in de regering toch niet in de problemen te brengen. 

Meningsverschillen die niet worden uitgediscussieerd, problemen die niet worden opgelost, ook binnen de vakbonden leidt dit tot frustratie en demoralisatie, binnen de apparaten en vooral bij de basis van de vakbeweging, die dagdagelijks de gevolgen van de crisis en besparingen ondervindt. Dit alles dreigt de capaciteit om weerwerk te bieden drastisch te ondermijnen. Om uit deze impasse te raken, is er nood aan een echt democratisch debat binnen de vakbonden. Een debat dat leidt tot een aan de zware uitdagingen aangepaste strategie om het verzet te organiseren en overwinningen te boeken.

Wij willen er dan ook binnen het ACV en ABBV voor pleiten dat de komende vakbondscongressen heuse, met brede deelname van de achterban voorbereide, strategische congressen worden.               
De linkerzijde binnen de bonden, iedere syndicalist die beseft dat het vijf voor twaalf is, willen we niet naar Portugese of Spaanse toestanden evolueren, zou zulk perspectief moeten verdedigen.

Samen in het sociaal verzet, samen voor een politiek alternatief!

28 januari 2013

Stop het sociale bloedbad bij Arcelor-Mittal Luik


nationalisatie onder arbeiderscontrole!

Donderdag 24 januari bevestigde de directie van Arcelor-Mittal  op een bijzondere ondernemingsraad haar besluit om in de praktijk haar hele inplanting in de streek van Luik te ontmantelen. 10 000 mensen uit het Luikse die rechtstreeks of onrechtstreeks voor de staalgigant werken, dreigen hun job te verliezen.
Nadat de sluiting van de warme fase al het verlies van ongeveer 800 banen had meegebracht, kondigt de directie nu ook het opdoeken aan van 7 lijnen van de koude fase, waaronder fabrieken die nochtans tot voor kort als de toekomst voor de metaalindustrie werden voorgesteld. Maar liefst 1300 van 2000 werknemers verliezen zo rechtstreeks hun job. Er zouden nog minder dan 1000 mensen rechtstreeks in de Luikse staalindustrie aan het werk blijven. En voor hoelang nog? In 2005 werkten nog meer dan 5000 mensen in de Luikse staalsector!
De door en door cynische, arrogante en scrupuleloze directie van Arcelor-Mittal, die haar engagementen steevast aan haar laars lapt, heeft een nieuw argument bovengehaald om de slutingen te rechtvaardigen: de vakbonden uit de sector hadden maar het lef niet moeten hebben om hun handtekening onder het sociaal plan voor de warme fase te laten afhangen van een duidelijk industriëel investeringsplan voor de koude fase.
De situatie is duidelijk. De Luikse vakbonden, BBTK en de Metaalcentrale, laten harde taal horen: ”Mittal Go Home!”. Ze eisen de nationalisatie van het bedrijf.
Dit ordewoord is het enige dat het sociaal bloedbad kan tegenhouden, de tewerkstelling kan veilig stellen en de staalindustrie redden. Maar het volstaat niet het te lanceren, we moeten het ook effectief kunnen afdwingen. En daar knelt het schoentje...
Wat gebeurde toen Mittal besloot de warme fase te sluiten, is verhelderend: de vakbonden hebben zich gedurende meer dan een jaar laten opsluiten in de “ Procedure Renault”, zonder duidelijk actieplan, zonder echt haar acties op te drijven, zonder offensieve aanpak naar de regionale en federale regeringen toe.
Nu halen de vakbonden, gelet op de omvang van de sociale slachtpartij, de ordewoorden van staking in alle Luikse sites, van een Europese betoging in Luxemburg, in samenwerking met de vakbonden van de andere zetels van Arcelor-Mittal, enz, boven.
Maar is het niet nodig om het stakingswapen, gepaard met bedrijfsbezettingen, te hanteren,  om het verzet te organiseren, om controle uit te oefenen en de patronale manoeuvers tegen te houden? Zou Arcelor-Mittal in het geval van bezettingen al de stocks hebben kunnen leeghalen en ze naar zowat overal hebben kunnen delokaliseren? Meer dan 7 000 ton staal werd weggehaald voordat de aankondiging viel dat er in de koude fase opnieuw lijnen zouden worden geschrapt!
In de jaren '70 slaagden de arbeiders uit de glassector bij Glaverbel-Charleroi er in de multinational BSN-Gervais-Danone, die beslist had de regionale glassector op te doeken, in het zand te doen bijten. In de loop van jaren gingen ze verschillende keren stevig in staking, waarbij telkens werd overgegaan tot bedrijfsbezettingen en de vorming van stakingscomités die de acti  in handen namen.
Het multinationale bedrijf Arcelor-Mittal zit allesbehalve in slechte papieren. Topman Lakshmi Mittal is een van de rijkste mensen ter wereld. De multinational heeft al wat er in zat uit de Luikse staalbedrijven gezogen, geprofiteerd van alle mogelijke staatshulp en subsidies. Elke truuk om toch maar geen belasting te moeten betalen, werd gebruikt. En met succes: voor de jaren 2010 tot 2012 heeft Arcelor-Mittal nul euro belasting betaald in ons land.
Het is duidelijk: een bedrijf als Arcelor-Mittal, dat enkel geïnteresseerd is op meer winst, op kap van de arbeiders, zonder om te zien naar de sociale gevolgen en de familiale drama's die haar beslissingen mee brengen, tot andere gedachten te brengen, is een illussie. We moeten de staalbedrijven onteigenen, zonder schadevergoeding, of voor ons part voor een symbolische euro, en ze onder controle van de arbeiders en bedienden die er werken plaatsen. Dat de regeringen hun verantwoordelijkheid nemen!
Het moge ook duidelijk zijn dat we om daar te raken, we de krachtsverhoudingen serieus moeten wijzigen, zowel naar Arcelor-Mittal toe als naar de politiek. De Luikse metaalarbeiders moeten hiervoor op hun eigen kracht rekenen, en de solidariteit van de rest van de werkende bevolking. We zijn allen betrokken partij in deze krachtmeting en haar uitkomst. Solidariteit met de arbeiders van Arcelor-Mittal!

21 januari 2013

“Geen interprofesioneel akkoord, maar wel...”

http://www.sap-rood.be/cm/images/Rafik2012/akkoord.jpg
Onder deze titel kondigt Rudy De Leeuw in zijn edito in “De Werker” aan dat er geen allesomvattend IPA (Interprofessioneel Akkoord) komt, maar wel deelakkoorden. Ook zal er verder onderhandeld worden rond een aantal thema's. De deelakkoorden gaan over de welvaartsvastheid van de uitkeringen, de lastenverlagingen voor de werkgevers, het optrekken van de minimumlonen en het uitdoven van de jongerenlonen. Verder werden ook een aantal brugpensioenregelingen, die om de twee jaar moeten verlengd worden, bevestigd.
Deelakkoorden
De welvaartsvastheid van de uitkeringen is een engagement van de vorige regering: de regering Di Rupo heeft het toen vooropgestelde bedrag met 40 % verminderd. De lastenverlaging voor de werkgevers was reeds voorzien in de nota Di Rupo en bedraagt voor 2013 300 miljoen en voor het volgende jaar bijkomend 400 miljoen euro. De minimumlonen zullen via fiscale weg worden verhoogd zoals voorzien was in dezelfde nota. Enkel de geleidelijk afschaffing van de jongerenlonen onder de 21 jaar tegen 2015 was niet gepland.
Onderhandelen
Verder zal er onderhandeld worden rond drie thema's:
– welk antwoord op het arrest van het Grondwettelijk Hof dat de verschillen tussen arbeiders en bedienden discriminerend acht?
– hoe overgaan tot het moderniseren van het arbeidsrecht (lees: meer flexibiliteit)?
– hoe kan de competitiviteit van de bedrijven verbeterd worden?
Wat zegt de nota Di Rupo hierover: in essentie drie maal hetzelfde: als dit niet opgelost wordt zoals voorzien door de regering, zal de regering zelf beslissen.
Enkele elementen die reeds in de nota staan: het berekenen van de arbeidsduur op jaarbasis, verhogen van het aantal overuren tot  10% van de normale arbeidstijd, …
Van deze onderhandelingen valt dan ook weinig  goeds te verwachten.
Productiviteitsinspanning
In hetzelfde edito geeft Rudy De Leeuw ook aan wat de consequenties zijn van het ontbreken van een IPA:“geen loonmarge, geen loonnorm, geen onderhandelingen. Geen garantie op sociale vrede. Het ontbreken van en kader voor sectorale onderhandelingen impliceert dat de loononderhandelingen naar de sectoren doorverwezen worden. Waar er een marge is, kunnen de werknemers dus hun deel opeisen. Er is geen enkele reden om de hele productiviteitsinspanning aan de aandeelhouders te geven”
Index
Maar hij is er niet helemaal gerust in, want verderop schrijft hij: “een definitieve loonblokkering invoeren via een herziening van de Wet tot bevordering van de werkgelegenheid  en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (of in de wandelgangen: de wet van 96) en een manipulatie van de index naar aanleiding van de herziening van de indexkorf, zijn breekpunten waarop we niet toegeven.”
Wetswijziging
De Leeuw heeft uiteraard gelijk als hij ongerust is, want hij weet  wat er in de plannen van de regering staat: een manipulatie van de index met een impact van 0,4% op de loonkostontwikkeling en aanpassing van de wet van 96. Deze aanpassing moet de sectoren responsabiliseren en er moet een efficiënt toezicht komen op elke collectieve arbeidsovereenkomst. De lastenverlaging kan afhankelijk gemaakt worden van het sluiten van een cao die in overeenstemming is met de vastgelegde loonnorm. Deze wetswijziging was gepland voor eind 2012, maar wordt nu verwacht in de loop van januari.
Wat Rudy De Leeuw niet schrijft in zijn edito
Wat niet in De Leeuw's edito staat, is hoe hij de krachtsverhoudingen zal opbouwen om ervoor te zorgen dat deze breekpunten ook effectief kunnen tegengehouden worden. Er is weliswaar het drieledig actie- en mobilisatieplan van het ABVV, dat er in bestaat dat het ABVV zal reageren als er een indexmanipulatie is, als er geraakt wordt aan de vrijheid van onderhandelen, als de andere inkomens niet evenveel bijdragen als de inkomsten uit arbeid en als de discussie rond het arbeidersstatuut niet naar boven toe wordt opgelost (d.w.z. dat het arbeidersstatuut dient opgetrokken te worden tot op het niveau van het bediendestatuut). Verder is er ook een deelname aan de geplande mobilisaties rond de Eurotop en zal er een sensibiliseringscampagne komen rond de dalende koopkracht.
Voldoende?
Het is uiterst twijfelachtig of dit voldoende zal zijn om de loonblokkering tegen te houden.
Hiervoor is een doorgedreven mobilisatie nodig van de vakbonden tegen de nota Di Rupo en een consequente opbouw van de krachtsverhoudingen hiervoor. Dit is moeilijk combineerbaar met verdere besprekingen tot eind maart, zoals voorzien.

door Jef Van der Elst op zondag, 20 januari 2013 

Genk: een ooggetuigenverslag over de strijd van onderuit

http://www.sap-rood.be/cm/images/SAP2013/ford.jpg
Het arbeidersverzet in Genk is van blijvende aard. Tegen de verwachtingen in van velen wordt er niet toegegeven en geeft men lik op stuk. Repressie werkt niet en deurwaarders met dwangsommen druipen af. De vakbondssecretarissen hebben intussen alle autoriteit verloren. Ze lieten zich niet meer zien aan de stakersposten. Daarom hebben de werkers van de toeleveranciers hen gedwongen te luisteren naar hun eisen. De vakbondsdelegees van de toeleveranciers laten de werkers van deze bedrijven alleszins niet in de steek. 

Een frauduleus referendum over een non-akkoord 
Gedurende de kerstvakantie konden de werknemers van Ford en de toeleveranciers stemmen over een voorstel dat de vakbondsleiding en de Ford-directie samen uitgewerkt hebben en dat werkhervatting (tegenover een werkpremie) in het verschiet had. Eerst en vooral, de fabrieken lagen stil door economische werkloosheid en niet door een staking. Sinds november werden dagen van technische werkloosheid afgewisseld met productiedagen maar deze zijn er nooit van gekomen. Er was er geen zekerheid en de werkers wilden in feite ook niet aan de slag gaan. Dit voorstel, en het referendum erover, rammelt langs alle kanten en het uiteindelijke resultaat is dat de impasse alleen maar dieper is geworden. De stemming over dat akkoord heeft de verdeeldheid tussen de werkers van  Ford en de toeleveranciers blootgelegd, en anderzijds ook aangetoond dat bij Ford een belangrijk deel van de  werkers hun vakbondsleiding niet volgen. De bedrijfsdirecteuren lachten in hun vuistje...
Los van de inhoud van dat akkoord, is het eerst en vooral het feit dat de vakbonden een (non-) akkoord sluiten met de directie dat kwaad bloed gezet heeft bij de werknemers, en niet enkel bij de toeleveranciers. De werknemers en militanten vertellen dat niemand zat te wachten op zo’n akkoord. Het is iets dat zomaar uit de lucht komt vallen, de basis was er zeker geen vragende partij voor. Vele werkers verdenken de vakbondsleiding ervan in de greep te zijn van de Ford-directie die zonder slag of stoot iedereen aan het werk wil.  Bij de toelveranciers staan de delegees onvoorwaardelijk aan de kant van hen die terecht vrezen dat ze de ineut zullen zijn van het sociaal plan. Ze werken niet bij Ford maar desondanks sluit hun fabriek ook omdat Ford sluit. Logischerwijs aanzien ze zichzelf als slachtoffer van Ford. Ultra-positief is het feit dat ze zich niet in de slachtoffer rol wetnelen en zeer actief verzet bieden, ook als er repressie wordt uitegvoerd (zoals het opruilen vane en stakerspost) of wanneer er dwangsommen worden ingezet (1000 euro de man).
De echte verzuchtingen van de werknemers
Echter, de werknemers vertellen er ook bij dat werk hervatten het probleem niet is. Ze willen wel doorwerken, maar niet door omkoperij met startpremies. Wat ze willen is zekerheid voor de komende periode. “We willen niet werken gelijk kiekens zonder kop zonder te weten wat volgende week gaat gebeuren. We willen dat de directies openkaart spelen en laten weten hoeveel auto’s ze nodig hebben en hoeveel werkdagen er zijn in 2013”. De werknemers vermoeden dat Ford 40 000 auto’s nodig heeft en eens dat bereikt (het akkoord voorzag ook dat de gemaakte auto’s vrijgegeven zouden worden) zou de directie de werknemers laten vallen gelijk een baksteen. De directie liet weten het hele jaar door 123 000 auto’s te willen produceren maar de werknemers hechten hier weinig geloof aan. Tegenover werkhervatten moet een degelijk sociaal plan en werkzekerheid staan, en geen vage beloftes of afkoopgeld” aldus een arbeider aan het piket.
Bedrijfs- en vakbondsgrenzen overschrijdende actiecomité
Bij gebrek aan antwoorden en leiding door de vakbonden, kwamen de stakers en de werkwilligen tegenoverelkaar te staan aan de fabriekspoorten, en zijn er jammer genoeg klappen gevallen. Dit is volledig te wijten aan de houding van de vakbonden die meer verdelen dan verenigen en zo koren op de molen zijn van de directie. De berichtgeving op de website van ABVV metaal over deze impasse is ronduit schandalig.Het lijkt meer op een doorgeefluik van de patronale visie. Ook de SPA doet hieraan mee. Ford-werkneemster en SPA parlementslid Meryame Kitir sprak over ‘populisten en paniekzaaiers aan de fabriekspoorten’ die het voor iedereen zouden vergallen.
In feite is er maar 1 goede methode om je te weren tegen deze aanvallen van de vakbondstop, en hun vrienden in politieke en patronale middens, en dat is precies wat de militanten en delegees van de toeleveranciers gedaan hebben: over debedrijfsgrenzen en vakbondskleuren heen zich verenigen in een actiecomité.Dit is een belangrijke ontwikkeling als we ooit willen dat er een echte strijd rond jobbehoud en sociaal plan komt. De werknemers hebben in feite de vakbonden onder druk gezet en verplicht hun werk te doen.
De eisen van het actiecomité
In een verzoeningspoging, met burgemeester Wim Dries erbij, stelden de leden van de actiecomité zich zeer kordaat op en presenteerden een eisenbundel dat het patronaat even deed slikken. Daarin stelden de werknemers dat het akkoord over de werkhervatting teruggetrokken moet worden  en in de plaats onmiddelijk gestart wordt met het onderhandelen over het sociaal plan. Intussentijd worden geen auto’s, onderdelen en persdelen vrijgegeven. Ze vragen eveneens dat de niet erkende stakingsdagen ook vergoed worden. Maar hun meest tot de verbeelding sprekende en enthousiasmerende eis is de vraag om één onderhandelingstafel op te richten waarbij de Ford, de toeleveranciers en de vakbondensvertegenwoordigers van deze bedrijven gezamenlijk plaats aan nemen. We kunnen niet sterk genoeg benadrukken hoe belangrijk deze is om echte stappen vooruit te zetten. Immers bedrijf per bedrijf is de strijd verloren, enkel samen staan de werkers sterk
En daar verschijnt de politie
Dat deze aanpak een schot in de roos was bleek uit de zenuwachtige reacties van het patronaat en voor het eerste maal verschijnen van de politie aan het piket. In een gemeenschappelijke vergadering, opnieuw met burgemeester Wim Dries erbij, sloten de directeuren van de toeleveranciers bij voorbaat al uit dat ze deze actiecomité als gesprekspartner zouden aanvaarden. Het zou allemaal niet passen in de wettelijke bepalingen van de wet-Renault. Dat wet voorziet dat er enkel per bedrijf, en enkel met de hoofddelegees en de secretarissen een onderhandelingstafel mag komen. Verdeel en heers op zijn best dus. Toen bleek dat die actiecomité genoeg aanhang had om de toeleveranciers en de Ford zelf te blokkeren, konden de patroons niks beters bedenken dan de politie er op af te sturen en te intimideren. De blokkades werden opgeruimd maar in mum van tijd werd een menigte opgetrommeld die gewoonweg nieuwe blokkades opwierp. Voorlopig wordt er niet gewerkt, en ook de kant en klare wagens kunnen niet van het bedrijf weggehaald worden. Het politieoptreden moet fel veroordeeld worden. Dit is een regelrechte inbreuk op het stakingsrecht. Nochtans had burgemeester Dries helemaal in het begin in oktober, toen de sluiting van Ford aangekondigd werd, letterlijk gezegd dat hij geen politie naar het piket zou sturen. Niet onbelangrijk om te weten is dat de SPA mee in het bestuur zit van Genk. We moeten wel vermelden dat het de federale politie was dat het piket kwam breken.
Hoe moet het nu verder?
De filosofie van dat actiecomité, over de bedrijfsgrenzen en vakbondskleuren heen, is te belangrijk om te laten varen. Dat comité moet zeker ondersteund worden. Het njet van de patroons heeft helaas het comité deels doen toegeven op de eisen ivm de gemeenschappelijke onderhandelingstafel. Zij kunnen niet rond de wet om dat officieel de hoofdelegees per bedrijf aan een sociaal plan kunnen deelnemen, maar dit betekent geenzins dat het comité nu buiten tel is. Het is belangrijk dat de collega’s van de verschillende toeleveranciers gaan overleggen en steun zoeken bij elkaar.
Ook het perspectief van het comité dat er enkel terug gewerkt kan worden met ijzersterke garanties in het sociaal plan in plaats van afkoopsommen, is zondermeer juist. In feite moet het actiecomité deze lijn helemaal doortrekken en bv. het onderste uit de kan halen uit de wet-Renault alvorens te beginnen onderhandelen over ontslagpremies. Jobbehoud, overnames, reconversie... zijn de werkelijke dingen waar het om draait en die de toekomst van Limburg en Genk kunnen veiligstellen. Deze stappen in de wet-Renault mogen absoluut niet overgeslagen worden. Ontslagpremies moeten op het laatst komen. Dit is trouwens ook de enige juiste strategie als men wil dat die premies zo hoog mogelijk worden. Het idee van een nationalisatie en in gemeenschapshanden brengen zou beter ook nooit naar de achtergrond verdrongen worden.
Wantrouwen in vakbonden en politiek
We zeggen het niet graag, maar als we op de piketten komen, merken we toch vooral op dat de werknemers, ja, zelfs de militanten en delegees, enorm veel wantrouwen hebben in de vakbondsleidingen. Het wordt als een voldongen feit beschouwd dat de vakbondstop niet resoluut gaat gaan voor de belangen van de werknemers en in algehele onkunde “de boel gaat verpesten”. Niemand durft ook maar te dromen van de mogelijkheid om de fabriek open te houden, al was het maar tot 2020 (afloopdatum van de nieuwe modellen vanwie beloofd werd in Genk te bouwen). De kwestie van de nationalisatie kan ook weinig enthousiasmeren. “Met deze politici en vakbonden?” is stevast het repliek van de werknemers. Overigens niet onterecht. Verder is er het besef dat de crisis heel diep is en dat de werkgelegenheid en de lonen alleen maar achteruit zullen gaan.
Onder deze omstandigheden is het echt niet te verwonderen dat de werknemers de toekomst somber inzien, en gemakkelijk verleid worden door gemakkelijk verdiende afkoopsommen of ontslagpremies. Wanneer de solidariteit afbrokkelt, denkt iedereen aan zijn eigen portemennee. Dit leidt tot verdeeldheid tussen werkwilligen en stakers. Ook ontstaat er verdeeldheid tussen de werknemers van de Ford en de toeleveranciers omdat men vreest de pot van de ontslagpremies over meer mensen te moeten verdelen. Is het trouwens ook niet door het “niets doen” van de vakbonden dat de arbeiders hun frustraties niet anders kunnen uiten dan met elkaar op de vuist te gaan? Of de patroons hun kans schoon zien om de politie op piketten af te sturen?
Een vakbond van de werknemers, voor de werknemers
Een belangrijke les dat we uit deze (nog niet afgelopen) Ford-saga leren, is dat de werknemers eerst tegen hun eigen vakbonden moeten opboksen alvorens ze de strijd kunnen aangaan met het patronaat. Maar hoeveel ‘bloedverlies’ hebben ze dan wel niet geleden als ze zover zijn?
De werknemers van de toeleveranciers hebben bv. uit pure ellende en noodzaak ingezien wat de tekortkomingen van de huidige vakbonden zijn, en wat ook het beste antwoord ertegen is. Terwijl de secretarissen alle autoriteit kwijt zijn en zich niet meer durven tonen op de piketten, hebben de delegees aangetoond dat ze weldegelijk de leiding kunnen overnemen en nieuwe impulsen kunnen geven aan de strijd. We hechten belang aan zulke actiecomité’s omdat ze de kiemen in zich dragen van arbeidersparticipatie en –democratie. Dit zijn de beste tradities van de arbeidersbeweging en de werkelijke fundamenten van onze sociale vooruitgang en levensstandaard.
Ook heel belangrijk om te vermelden is dat de leden van dat actiecomité zich ook tot doel gesteld hebben om in deze tumulteuze dagen de productie in de verschillende toeleveranciers te leiden en op elkaar af te stemmen. Immers, als één bedrijf, bij wijze van spreke, werkt tegen 50 km per uur, en een ander tegen 20 km per uur, loopt de productie uiteindelijk toch spaak. Dit laat zien dat als de werknemers zelf aan zet zijn, begrippen als arbeiderscontrole geen loze slogans zijn.
Zo’n democratisch geleide en geplande bedrijvigheid opent heel nieuwe perspectieven om bv. voortaan oog te hebben voor de belangen en noden van de werknemers en hun gezinnen. Want de Ford-bazen die nu beslist hebben om 380 miljoen dollar uit te keren aan aandeelhouders, terwijl hun werknemers 12% loon moeten inleveren, kan je alles verwijten behalve dat ze oog hebben voor het welzijn van de arbeiders en hun gezinnen.
Het actiecomité zou informatievergaderingen voor de werknemers kunnen organiseren en zich abseren op “arbeidersdemocratie” (algemene  vergaderingen) om ervoor te zorgen dat kwestie van werkhervatting en sociale akkoorden gedragen worden na een brede disucssie. Alleen dan kan de strijd verder groeien en zelfs zover komen dat de directies niet anders kunnen dan toegevingen te doen. Ford heeft de productie nodig en bijgevolg is een arbeiderscontrole over deze productie de beste hefboom om een krachtsverhouding op te bouwen. Wat precies de juiste doelstelling is van de actie moet in de eerste plaats bepaald worden door de betrokkenen zelf, zonder betutteling van hen wiens toekomst niet op het spel staat. Sommigen willen zo snel mogelijk weg, en verdienen ook een brugpensioen op 50 jaar. Ok, maar anderen willen snel hun ontslagpremie want ze kunnen elders aan de slag. En dan zijn er nog anderen, en wie weet is dat wel een meerderheid, die hun werk of tenministe hun inkomen ten alle prijze willen behouden. Democratie is het beste wapen om te vermijden dat de patroon een verdeel en heers taktiek toepast! Samen sterk! Samen vooruit!

door Correspondent op zondag, 20 januari 2013  


Dit artikel verscheen eerder op : http://www.roodlinks.be

16 november 2012

Europese actiedag op 14-11: een fotoreportage

Komende dagen komen we uitgebreid terug op de Europese actiedag, bij ons en in de rest van Europa. De actiedag gaf een zeer divers beeld te zien: geslaagde algemene stakingen in de Spaanse Staat en Portugal, belangrijke bewegingen in Griekenland en Italië, nauwelijks actie door de vakbonden in heel wat Noordeuropese landen. In België was de situatie om het zacht uit te drukken heel verschillend in Vlaanderen, Wallonië en Brussel, een toestand waarvoor de bureaucratische apparaten van de vakbonden een verpletterende verantwoordelijkheid dragen.
Een fotoreportage van de actiedag in België (foto's Guy Van Sinoy, Rafik Khalfaoui, Samenlevingsopbouw Antwerpen)
De spoormannen van ACOD-Spoor gaven op 13-11 om 22 u de aftrap. De acties bij het spoor werden in Brussel en Wallonië goed opgevolgd. Ook in Vlaanderen was de staking goed merkbaar.



 

De manifestatie van het gemeenschappelijk vakbondsfront langs de Duitse, Spaanse en Griekse Ambassades en de EU werd met 1500 demonstranten drukker bijgewoond dan sommige vakbondsverantwoordelijken wenselijk achtten. ACV-voorzitter Leemans betreurde na afloop dat sommige andere bonden zich niet aan de afspraak hadden gehouden "slechts met enkele tientallen militanten te komen".  
 
 

In Antwerpen namen de mensen van Samenlevingsopbouw Antwerpen ter elfder ure een samenkomst aan Park Noord. Zij hadden liefst deelgenomen aan een goed aangepakte syndicale actie, maar beslisten om zelf lokaal alsnog iets te organiseren toen duidelijk werd dat hiervan in Vlaanderen buiten een veel te zeldzame lokale actie (in Hasselt, bij Ford Genk, een reeks pamfletbedelingen aan een reeks grotere bedrijven in verschillende bedrijven) en enkele geisoleerde bedrijfsstakingen, nauwelijks sprake van was. 

12 november 2012

Enkele bedenkingen bij de aktiedag van 14-11


Op 18 oktober werd door het Europees Vakverbond een ordewoord gelanceerd voor het organiseren van een Europese aktie- en stakingsdag op 14 november.

Stijgende woede
Het Europees Vakverbond is de overkoepeling van alle nationale vakbonden in Europa: hierin zijn dus ook het Belgische ABVV, ACV en ACLVB vertegenwoordigd. In de regel leidt het EVV een eerder schimmig bestaan waarvan de belangrijkste taak is om te lobbyen bij de Europese Instellingen en bij een aantal sociale kwesties advies te geven. Goed om weten is ook dat het EVV voor een belangrijk stuk gefinancierd wordt door… de Europese Commissie, hetgeen haar actiebereidheid uiteraard negatief beïnvloedt. De oproep voor een Europese actie- en stakingsdag – die toch wel een eerder onverwachte wending inhoudt – zal zeker veel te maken hebben gehad met een stijgende woede bij de vakbonden en de bevolking van Portugal, Spanje, Griekenland, Cyprus en in mindere mate Italië. De vakbonden in de eerste drie landen hadden dan ook al beslist op 14 november samen te staken, zonder daarvoor op het EVV te wachten. Waarop ook het EVV uit haar schulp kroop...

Afstand
Op het eerste zicht is hierover nooit veel overleg geweest met de nationale vakbonden, die toch zeker in België een zekere afstand houden van het EVV. Van in het begin was het dan ook duidelijk dat deze oproep op wel erg gemengde gevoelens onthaald werd. Ook was het meteen duidelijk dat de bereidheid om hieraan gevolg te geven sterk verschillend was in de verschillende regio’s van België.

Onduidelijk
Op woensdag 7 november heeft het Federaal Bureau van het ABVV dan beslist dat elke afdeling en elke sector op 14 november via diverse acties uiting kan geven aan zijn afwijzing van het blinde besparingsbeleid. Naast de (onduidelijk ingevulde) actie in gemeenschappelijk vakbondsfront in Brussel kan elke regionale entiteit en/of centrale kiezen tussen informatiebijeenkomsten in de ondernemingen, uitdelen van pamfletten, sensibiliseringacties naar het grote publiek toe, betogingen of staking. Verder werd een stakingsaanzegging gestuurd aan het VBO, die alle werknemers dekt die willen staken. Hetzelfde gebeurde op de valreep in de publieke sector. Bij het typen van deze tekst is nog steeds niet duidelijk wat de actie in Brussel precies zal inhouden. Sommige onderdelen van het ABVV beslisten dan ook om zelf elders acties op het getouw te zetten of deel te nemen aan reeds eerder aangekondigde acties. Dat is onder meer het geval in Luik (waar er een regionale betoging zal zijn) en in Henegouwen (waar men oproept tot deelname aan een betoging in het Franse Lille).

Uiteenlopende gevoeligheden
Het ABVV is er dus niet in geslaagd om onderling een gemeenschappelijk standpunt te bepalen over welke actievorm en over gemeenschappelijke ordewoorden. De oorzaak hiervan heeft zeker te maken met uiteenlopende gevoeligheden in de verschillende delen van het land. Zo is de actiebereidheid in Franstalig België duidelijk veel groter, wat blijkt uit het feit dat de Franstalige overheidsvakbond CGSP heeft gekozen voor stakingen, evenals de regionale FGTB-afdelingen Luik en La Louvière. Dit heeft zeker iets te maken met het vooralsnog veel diepgaander karakter van de maatschappelijke crisis in Wallonië.

Ford Genk
In het noorden van het land is de situatie veel minder duidelijk. Zoals gezegd wordt iedereen die wil deelnemen aan manifestaties ook daar formeel ingedekt door de stakingsaanzeggingen in de publieke en private sector. Tegelijk echter zijn de centrales en sectoren in Vlaanderen minder geneigd om dit ook verder in te vullen met concrete ordewoorden. Daar komt nog bij dat de aangekondigde sluiting van Ford Genk het scenario van de Europese manifestatie enigszins doorkruist heeft, aangezien er vrij snel besloten werd om op 11 november een grote ‘Mars voor de Toekomst’ te organiseren in Genk. Het is vanzelfsprekend niet makkelijk om drie dagen na deze mars nog eens te mobiliseren voor een vooralsnog onduidelijk omschreven manifestatie in Brussel.

Actieplan om te winnen?
Soortgelijke situatie deed zich ook al voor bij de mars op Brussel van vorig jaar: toen werd nipt vermeden dat het ABVV openlijk door Waals-Vlaamse tegenstellingen verdeeld werd. Bijkomend is het zeker ook zo dat er een algemene ontevredenheid is aan de syndicale basis over de gevoerde actiestrategie bij de laatste mobilisaties van het ABVV: herhaaldelijk werden zeer laat acties en stakingen aangekondigd, zonder dat er een duidelijk strategie achter zat om, via een actieplan, krachtsverhoudingen op te bouwen, onder andere met doelbewust informeren en deze strategie consequent door te zetten. Mede hierdoor is er bij een deel van de achterban een zekere achterdocht. Het gevoel heerst dat dergelijke af-en-aan-acties zonder verder gevolg niet bijdragen tot het uiteindelijke doel: winnen. Desondanks: toch proberen om van de actiedag een zo groot mogelijk succes te maken, ook in Vlaanderen