Posts tonen met het label IPA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label IPA. Alle posts tonen

27 mei 2013

IPA 2013-2014: van het abstracte naar het concrete en terug



Door Jef Van Der Elst

Notificatie inzake werkgelegenheid en competiviteit

In een tekst met deze onmogelijke naam wordt het politiek akkoord samengevat dat in  november 2012 in de regering gemaakt is over de doelstelling rond deonderhandelingen in de privé-sector. Hoofddoelstelling van de regering is dat “samen met de sociale partners over een periode van 3 IPA's de sedert 1996 ontstane reële loonkloof met de buurlanden wordt weggewerkt”.
Hiervoor heeft ze een aantal maatregelen in petto:
1.     In het IPA 2013-2014 mogen geen loonsverhogingen toegekend worden buiten de index en baremieke verhogingen. Voor de periode daarna zal een mogelijk opslag afhankelijk zijn van de evolutie van de “loonkloof”.
Er komen bijkomende lastenverlagingen en deze lopen door tot 2018.
Om de index nauwer te laten aansluiten bij het koopgedrag van de gezinnen komen er aanpassingen.
De wet van 1996 over de loonnorm moet aangepast worden: er moet strenger worden toegezien op de echte loonevolutie in de bedrijven en de sectoren. De lastenverlagingen kunnen dan ook afhankelijk gemaakt worden van de echte loonevolutie
De regering wil dit alles realiseren samen met de “sociale partners”, als dit niet lukt zal ze het zelf opleggen. Verder verwacht de regering dat sociale partners een oplossing uitwerken voor het probleem van de van de statuten arbeiders en bedienden.

Het mislukken van het Interprofessioneel overleg
Het mislukken van het Interprofessioneel overleg stond in deze context in de sterren geschreven. Patroonfederaties hadden de buit al binnen en gingen enkel voor meer. De vakbonden hadden een strategie van onderhandelen en beperkte mobilisaties. Warm en koud blazen tegelijkertijd dus.
Resultaat van dit alles: geen Interprofessioneel Akkoord, maar wel een aantal deelakkoorden die perfect in de lijn liggen van wat de regering wou. De loonnorm van 0,0 % wordt dan ook opgelegd bij Koninklijk Besluit.
Als de patroons dan ook nog voorstellen doen rond de opzegtermijnen arbeiders en bedienden, die nadeliger zijn dan wat er nu al bestaat voor de arbeiders in de meeste grote bedrijven, stopt ook het overleg over de statuten arbeiders en bedienden. De regering neemt over. Wat weinig goeds voorspelt.
De vakbonden stellen een mobilisatieplan op dat loopt tot eind juni. De concrete invulling hiervan leidt tot ernstige interne discussie binnen de vakbonden en ook tussen de vakbonden.

De “besprekingen” in de sector scheikunde
Traditioneel starten de sectoronderhandelingen in de sector scheikunde. De afgelopen twee jaar zijn zeer goed geweest voor deze sector. In 2012 is er een recordomzet geweest van meer dan 60 miljard wat 13 % meer is dan 2010 en een historisch record. Terwijl de tewerkstelling in de sector lichtjes gedaald is, is de productiviteit zo goed als verdubbeld.
Tegelijkertijd is deze sector één van de sectoren met de laagste minimumlonen.
Hierover hebben de vakbonden dan ook een gedetailleerde eisenbundel opgesteld.
Hierover wou echter Essenscia, de patroonfederatie van de sector, niet spreken. Er kon enkel onderhandeld worden als er een akkoord was rond een omkaderingstekst, die nog verder ging dan het KB rond de loonnorm.
De sociale partners en de onderhandelaars op ondernemingsvlak zullen zich volledig inschrijven in het wettelijk kader dat werd vastgelegd. Bijgevolg zullen zij op geen enkele manier in hun vraagstelling of onderhandelingen op ondernemingsvlak aanleiding geven tot overeenkomsten waarvan de inhoud niet conform het KB van 28 april 2013 is.”
Wat uiteraard voor de vakbonden onaanvaardbaar was.  Dit zou het zelfs onmogelijk maken om eisenbundels in te dienen waarin loonsverhogingen worden gevraagd. Na een schertsvertoning van enkele dagen zijn de sectorbesprekingen dan ook afgesprongen.

Van het abstracte naar het erg concrete
De Scheldelaan in Antwerpen is één van de grootste chemische clusters ter wereld. Hier zijn talrijke  chemische en petrochemische bedrijven gevestigd, meestal filialen van de grote internationale groepen.
In aanloop naar de Cao-onderhandelingen werden in de meeste bedrijven bevragingen gedaan van het personeel. Hieruit bleek dat er ernstige financiële verwachtingen bestaan bij de arbeiders en bedienden van deze bedrijven.
De jaren 2011 en 2012 waren voor de meeste bedrijven zeer goed. In de 5 grootste bedrijven werd een winst gemaakt van rond de 2 miljard euro. Door allerlei fiscale constructies werd hierop zeer weinig belasting betaald. De productiviteit is dan ook sterk gestegen en de werknemers verwachten hun deel van de koek.
Oftewel: er is een mismatch tussen het abstracte verhaal over de “loonkloof” van deze regering en de dagelijkse realiteit in de bedrijven. Maar ook hiervoor heeft deze regering in al haar wijsheid een antwoord: CAO 90. Wat is uitgesloten uit deze “loonnorm”? Eenmalige premies, die gebonden zijn aan bepaalde te bereiken doelstellingen. Waar het uiteraard uiteraard de patroons zijn die de doelstellingen bepalen.

Van het (erg) concrete naar het abstractere: het Duits model
Hiermee valt alles mooi samen. De uitkomst van dit hele verhaal:
1.     De afbraak van het interprofessionele niveau: dit niveau zorgde ervoor dat de tegenstellingen tussen de sterkere bedrijven en sectoren en de zwakkere niet teveel uit de hand lopen. Hierdoor wordt een “race at the bottom” vermeden. De working poor. In Duitsland bestaat geen minimumloon.
2.     De afbraak van het sectorale niveau: een voldoende hoog niveau in de sectoren vermijdt dat een neerwaartse spiraal de verworvenheden van de sterkere delen onder vuur legt. In Duitsland zijn er verschillende lonen en arbeidsvoorwaarden in de verschillende deelstaten met uiteraard een interne concurrentie hierrond.
3.     Op bedrijfsvlak: het vervangen van loonsverhogingen door éénmalige, resultaatsgebonden premies. Vaste bestanddelen van het loon worden vervangen door variabele, afhankelijk van het bereiken van resultaten.
Deze drie elementen zijn typisch voor het Duits model, dat na de hervormingen van de “socialist” Schröder als model gesteld wordt voor de andere landen van Europa.

De verpletterende verantwoordelijkheid van de vakbondsleidingen
Zonder achteraf slimmer te willen zijn dan de rest, is het duidelijk dat de plannen van de regering vanaf het begin heel duidelijk waren. Het politiek akkoord van deze regering heeft op een duidelijke manier omschreven wat de bedoeling was. De uiteindelijk resultaten van het proces rond het Interprofessioneel en het sectoroverleg wijken in niets af van de oorspronkelijke doelstellingen van de regering. Het is dan ook compleet onbegrijpelijk dat de leidingen van de vakbonden de hele tijd hebben zitten te schipperen tussen mobilisatie en overleg. Het is nu - achteraf gesproken -wel duidelijk dat deze strategie naar een complete impasse geleid heeft.

De politieke kwestie
De verschillende syndicale congressen moeten dan ook het bilan maken van deze duidelijke mislukking. Ze moeten dit ook doen in het besef dat dit niet een éénmalig falen is, maar dat dit ook al het bilan was van het vorige IPA en van de mislukte mobilisaties tegen de aanvallen van deze regering op de brugpensioenen, het tijdskrediet en de andere aanvallen tegen de werkenden in dit land. Dit kan ook niet zonder een diepgaande discussie over onze politieke vertegenwoordiging: welke politieke vertegenwoordiging moet de arbeidersbeweging opbouwen om ook op het politieke vlak te wegen en om onze essentiële belangen te verdedigen?

Jef Van Der Elst

21 januari 2013

“Geen interprofesioneel akkoord, maar wel...”

http://www.sap-rood.be/cm/images/Rafik2012/akkoord.jpg
Onder deze titel kondigt Rudy De Leeuw in zijn edito in “De Werker” aan dat er geen allesomvattend IPA (Interprofessioneel Akkoord) komt, maar wel deelakkoorden. Ook zal er verder onderhandeld worden rond een aantal thema's. De deelakkoorden gaan over de welvaartsvastheid van de uitkeringen, de lastenverlagingen voor de werkgevers, het optrekken van de minimumlonen en het uitdoven van de jongerenlonen. Verder werden ook een aantal brugpensioenregelingen, die om de twee jaar moeten verlengd worden, bevestigd.
Deelakkoorden
De welvaartsvastheid van de uitkeringen is een engagement van de vorige regering: de regering Di Rupo heeft het toen vooropgestelde bedrag met 40 % verminderd. De lastenverlaging voor de werkgevers was reeds voorzien in de nota Di Rupo en bedraagt voor 2013 300 miljoen en voor het volgende jaar bijkomend 400 miljoen euro. De minimumlonen zullen via fiscale weg worden verhoogd zoals voorzien was in dezelfde nota. Enkel de geleidelijk afschaffing van de jongerenlonen onder de 21 jaar tegen 2015 was niet gepland.
Onderhandelen
Verder zal er onderhandeld worden rond drie thema's:
– welk antwoord op het arrest van het Grondwettelijk Hof dat de verschillen tussen arbeiders en bedienden discriminerend acht?
– hoe overgaan tot het moderniseren van het arbeidsrecht (lees: meer flexibiliteit)?
– hoe kan de competitiviteit van de bedrijven verbeterd worden?
Wat zegt de nota Di Rupo hierover: in essentie drie maal hetzelfde: als dit niet opgelost wordt zoals voorzien door de regering, zal de regering zelf beslissen.
Enkele elementen die reeds in de nota staan: het berekenen van de arbeidsduur op jaarbasis, verhogen van het aantal overuren tot  10% van de normale arbeidstijd, …
Van deze onderhandelingen valt dan ook weinig  goeds te verwachten.
Productiviteitsinspanning
In hetzelfde edito geeft Rudy De Leeuw ook aan wat de consequenties zijn van het ontbreken van een IPA:“geen loonmarge, geen loonnorm, geen onderhandelingen. Geen garantie op sociale vrede. Het ontbreken van en kader voor sectorale onderhandelingen impliceert dat de loononderhandelingen naar de sectoren doorverwezen worden. Waar er een marge is, kunnen de werknemers dus hun deel opeisen. Er is geen enkele reden om de hele productiviteitsinspanning aan de aandeelhouders te geven”
Index
Maar hij is er niet helemaal gerust in, want verderop schrijft hij: “een definitieve loonblokkering invoeren via een herziening van de Wet tot bevordering van de werkgelegenheid  en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (of in de wandelgangen: de wet van 96) en een manipulatie van de index naar aanleiding van de herziening van de indexkorf, zijn breekpunten waarop we niet toegeven.”
Wetswijziging
De Leeuw heeft uiteraard gelijk als hij ongerust is, want hij weet  wat er in de plannen van de regering staat: een manipulatie van de index met een impact van 0,4% op de loonkostontwikkeling en aanpassing van de wet van 96. Deze aanpassing moet de sectoren responsabiliseren en er moet een efficiënt toezicht komen op elke collectieve arbeidsovereenkomst. De lastenverlaging kan afhankelijk gemaakt worden van het sluiten van een cao die in overeenstemming is met de vastgelegde loonnorm. Deze wetswijziging was gepland voor eind 2012, maar wordt nu verwacht in de loop van januari.
Wat Rudy De Leeuw niet schrijft in zijn edito
Wat niet in De Leeuw's edito staat, is hoe hij de krachtsverhoudingen zal opbouwen om ervoor te zorgen dat deze breekpunten ook effectief kunnen tegengehouden worden. Er is weliswaar het drieledig actie- en mobilisatieplan van het ABVV, dat er in bestaat dat het ABVV zal reageren als er een indexmanipulatie is, als er geraakt wordt aan de vrijheid van onderhandelen, als de andere inkomens niet evenveel bijdragen als de inkomsten uit arbeid en als de discussie rond het arbeidersstatuut niet naar boven toe wordt opgelost (d.w.z. dat het arbeidersstatuut dient opgetrokken te worden tot op het niveau van het bediendestatuut). Verder is er ook een deelname aan de geplande mobilisaties rond de Eurotop en zal er een sensibiliseringscampagne komen rond de dalende koopkracht.
Voldoende?
Het is uiterst twijfelachtig of dit voldoende zal zijn om de loonblokkering tegen te houden.
Hiervoor is een doorgedreven mobilisatie nodig van de vakbonden tegen de nota Di Rupo en een consequente opbouw van de krachtsverhoudingen hiervoor. Dit is moeilijk combineerbaar met verdere besprekingen tot eind maart, zoals voorzien.

door Jef Van der Elst op zondag, 20 januari 2013 

30 september 2012

Voor een interprofessioneel akkoord met inhoud

Geschreven door Jef Van Der Elst op donderdag, 27 september 2012

Het startschot
Vrijdag 14 september gaf het ABVV het startschot voor de campagne rond het Interprofessioneel Akkoord (IPA) met een geslaagde betoging van van 10.000 militanten in de rijkere wijken van Elsene.
Het IPA legt een kader vast voor de onderhandelingen in de sectoren en bedrijven voor het bereiken van nieuwe CAO's voor de periode 2013-2014 in de privé-sector. Op 15 september zouden de vakbonden en de patroons een gemeenschappelijk advies moeten gegeven hebben over de welvaartsvastheid van de uitkeringen. Dit is noodzakelijk om de opgelopen achterstand van de uitkeringen terug in te halen. Sinds een aantal jaren wordt dit geweigerd door de patroons en wordt dit als pasmunt gebruikt in de onderhandelingen rond een IPA. Wat uiteraard een vorm van chantage is.
Even terugblikken...
Het vorige IPA (2011-2012) voorzag een loonnorm van 0,0% voor 2011 en 0,3% voor 2012. Het werd door twee vakbonden verworpen (ABVV en ACLVB) en goedgekeurd door een meerderheid van het ACV. Uiteindelijk heeft de regering een dwingende loonnorm opgelegd van 0,0% in 2011 en 0,3 % voor 2012. Hiertegen zijn belangrijke mobilisaties geweest van de vakbonden met een aantal stakingen die relatief goed zijn opgevolgd. Een aantal sectorakkoorden die de loonnorm –som maar lichtjes- overstegen hebben, zijn niet algemeen bindend verklaard: patroons die zich hieraan willen onttrekken hebben de mogelijkheid om dit te doen.
De wet van 1996
De regering Dehaene- Di Rupo liet de wet inzake het concurrentievermogen stemmen in
1996. Die legt op dat er om de twee jaar een vergelijking moet gemaakt worden met de ons omringende landen over de loonsevolutie en dat er een loonnorm moet opgelegd worden. Onze lonen mogen niet meer stijgen dan in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg. Deze loonnorm is in de loop der jaren alsmaar strikter geworden: maximale stijging van 3,4 % boven de index in 2001-2002, 2,2 % in 2003-2004, 1,2 % in 2007-2008, enkel € 125 netto in 2009 en € 250 in 2012 en voor de afgelopen twee jaar zoals gezegd enkel 0,3 % in 2012. Voor de periode 2013-2014 stelt de Nationale Bank voor om maximale loonsverhogingen all in" vast te leggen: de lonen mogen maximaal met een bepaald percentage stijgen, en dit met inbegrip van de inflatie.
Als de lonen in 2013 enkel met 2 % mogen stijgen zal dit onafgezien van de inflatie zijn en voor 2014 hetzelfde verhaal. De wet van 1996 keert hiermee de logica van de sociale onderhandelingen om: vroeger diende een IPA om alle minimumlonen te verhogen. Daarna konden sterkere sectoren eventueel verder gaan. Van een solidariteitsakkoord is het IPA verworden tot een keurslijf voor iedereen.
De logica omkeren
Om uit deze situatie te geraken is het noodzakelijk dat de vakbonden opnieuw aansluiten bij de oorspronkelijke logica van het IPA als een solidariteitsakkoord voor iedereen. De eerste voorwaarde hiervoor is het opstellen van een consequente eisenbundel om de uitkeringen en de minimumlonen te verhogen. Enkel op deze manier kan vermeden worden dat de stijgende levensduurte leidt tot een bijkomende verarming van de bevolking. Geen enkele ingreep aan de index mag aanvaard worden: niet onder de vorm van een indexsprong, niet onder de vorm van "all-in"-akkoorden. Voor alle bedrijven en sectoren moet de vrijheid van onderhandelen hersteld worden. Hiervoor is het noodzakelijk om de loonnorm te doen verdwijnen. Verder moet de loonkloof aangepakt worden en moet het schandaal van de jongerenlonen verdwijnen.
Doorgedreven mobilisatie is nodig!
De eerste concrete gevolgen van de activering van de werklozen zullen in het najaar duidelijk worden. Tienduizenden gezinshoofden en alleenstaanden zullen hun uitkering zien dalen, terwijl tienduizenden samenwonende langdurige werklozen zullen terugvallen naar een uitkering van €484 per maand. De vakbonden moeten dringend deze situaties aanklagen en de werklozen hier rond mobiliseren. Onder de werkenden moet het eisenprogramma van de vakbonden uitgelegd worden en het belang hiervan. Tegelijkertijd moet een duidelijke en consequente mobilisatiecampagne gestart worden. Enkel op deze manier kan vermeden worden dat het volgende IPA een lege doos wordt.
Wordt vervolgd...