Door Jef Van Der Elst
Notificatie inzake werkgelegenheid en
competiviteit

Hiervoor heeft ze een aantal maatregelen in
petto:
1.
In het IPA 2013-2014 mogen geen
loonsverhogingen toegekend worden buiten de index en baremieke verhogingen.
Voor de periode daarna zal een mogelijk opslag afhankelijk zijn van de evolutie
van de “loonkloof”.
Er komen bijkomende lastenverlagingen en
deze lopen door tot 2018.
Om de index nauwer te laten aansluiten bij
het koopgedrag van de gezinnen komen er aanpassingen.
De wet van 1996 over de loonnorm moet
aangepast worden: er moet strenger worden toegezien op de echte loonevolutie in
de bedrijven en de sectoren. De lastenverlagingen kunnen dan ook afhankelijk
gemaakt worden van de echte loonevolutie
De regering wil dit alles realiseren samen
met de “sociale partners”, als dit niet lukt zal ze het zelf opleggen. Verder
verwacht de regering dat sociale partners een oplossing uitwerken voor het
probleem van de van de statuten arbeiders en bedienden.
Het mislukken van het Interprofessioneel
overleg
Het mislukken van het Interprofessioneel
overleg stond in deze context in de sterren geschreven. Patroonfederaties
hadden de buit al binnen en gingen enkel voor meer. De vakbonden hadden een
strategie van onderhandelen en beperkte mobilisaties. Warm en koud blazen
tegelijkertijd dus.
Resultaat van dit alles: geen
Interprofessioneel Akkoord, maar wel een aantal deelakkoorden die perfect in de
lijn liggen van wat de regering wou. De loonnorm van 0,0 % wordt dan ook
opgelegd bij Koninklijk Besluit.
Als de patroons dan ook nog voorstellen
doen rond de opzegtermijnen arbeiders en bedienden, die nadeliger zijn dan wat
er nu al bestaat voor de arbeiders in de meeste grote bedrijven, stopt ook het
overleg over de statuten arbeiders en bedienden. De regering neemt over. Wat
weinig goeds voorspelt.
De vakbonden stellen een mobilisatieplan op
dat loopt tot eind juni. De concrete invulling hiervan leidt tot ernstige
interne discussie binnen de vakbonden en ook tussen de vakbonden.
De “besprekingen” in de sector
scheikunde
Traditioneel starten de
sectoronderhandelingen in de sector scheikunde. De afgelopen twee jaar zijn
zeer goed geweest voor deze sector. In 2012 is er een recordomzet geweest van
meer dan 60 miljard wat 13 % meer is dan 2010 en een historisch record. Terwijl
de tewerkstelling in de sector lichtjes gedaald is, is de productiviteit zo
goed als verdubbeld.
Tegelijkertijd is deze sector één van de
sectoren met de laagste minimumlonen.
Hierover hebben de vakbonden dan ook een
gedetailleerde eisenbundel opgesteld.
Hierover wou echter Essenscia, de
patroonfederatie van de sector, niet spreken. Er kon enkel onderhandeld worden
als er een akkoord was rond een omkaderingstekst, die nog verder ging dan het
KB rond de loonnorm.
“De
sociale partners en de onderhandelaars op ondernemingsvlak zullen zich volledig
inschrijven in het wettelijk kader dat werd vastgelegd. Bijgevolg zullen zij op
geen enkele manier in hun vraagstelling of onderhandelingen op ondernemingsvlak
aanleiding geven tot overeenkomsten waarvan de inhoud niet conform het KB van
28 april 2013 is.”
Wat uiteraard voor de vakbonden
onaanvaardbaar was. Dit zou het zelfs
onmogelijk maken om eisenbundels in te dienen waarin loonsverhogingen worden
gevraagd. Na een schertsvertoning van enkele dagen zijn de sectorbesprekingen
dan ook afgesprongen.
Van het abstracte naar het erg concrete
De Scheldelaan in Antwerpen is één van de
grootste chemische clusters ter wereld. Hier zijn talrijke chemische en petrochemische bedrijven
gevestigd, meestal filialen van de grote internationale groepen.
In aanloop naar de Cao-onderhandelingen
werden in de meeste bedrijven bevragingen gedaan van het personeel. Hieruit
bleek dat er ernstige financiële verwachtingen bestaan bij de arbeiders en
bedienden van deze bedrijven.
De jaren 2011 en 2012 waren voor de meeste
bedrijven zeer goed. In de 5 grootste bedrijven werd een winst gemaakt van rond
de 2 miljard euro. Door allerlei fiscale constructies werd hierop zeer weinig
belasting betaald. De productiviteit is dan ook sterk gestegen en de werknemers
verwachten hun deel van de koek.
Oftewel: er is een mismatch tussen het
abstracte verhaal over de “loonkloof” van deze regering en de dagelijkse
realiteit in de bedrijven. Maar ook hiervoor heeft deze regering in al haar
wijsheid een antwoord: CAO 90. Wat is uitgesloten uit deze “loonnorm”?
Eenmalige premies, die gebonden zijn aan bepaalde te bereiken doelstellingen.
Waar het uiteraard uiteraard de patroons zijn die de doelstellingen bepalen.
Van het (erg) concrete naar het
abstractere: het Duits model
Hiermee valt alles mooi samen. De uitkomst
van dit hele verhaal:
1.
De afbraak van het
interprofessionele niveau: dit niveau zorgde ervoor dat de tegenstellingen
tussen de sterkere bedrijven en sectoren en de zwakkere niet teveel uit de hand
lopen. Hierdoor wordt een “race at the bottom” vermeden. De working poor. In
Duitsland bestaat geen minimumloon.
2.
De afbraak van het sectorale
niveau: een voldoende hoog niveau in de sectoren vermijdt dat een neerwaartse
spiraal de verworvenheden van de sterkere delen onder vuur legt. In Duitsland
zijn er verschillende lonen en arbeidsvoorwaarden in de verschillende
deelstaten met uiteraard een interne concurrentie hierrond.
3.
Op bedrijfsvlak: het vervangen
van loonsverhogingen door éénmalige, resultaatsgebonden premies. Vaste
bestanddelen van het loon worden vervangen door variabele, afhankelijk van het
bereiken van resultaten.
Deze drie elementen zijn typisch voor het
Duits model, dat na de hervormingen van de “socialist” Schröder als model
gesteld wordt voor de andere landen van Europa.
De verpletterende verantwoordelijkheid
van de vakbondsleidingen
Zonder achteraf slimmer te willen zijn dan
de rest, is het duidelijk dat de plannen van de regering vanaf het begin heel
duidelijk waren. Het politiek akkoord van deze regering heeft op een duidelijke
manier omschreven wat de bedoeling was. De uiteindelijk resultaten van het proces
rond het Interprofessioneel en het sectoroverleg wijken in niets af van de
oorspronkelijke doelstellingen van de regering. Het is dan ook compleet
onbegrijpelijk dat de leidingen van de vakbonden de hele tijd hebben zitten te
schipperen tussen mobilisatie en overleg. Het is nu - achteraf gesproken -wel
duidelijk dat deze strategie naar een complete impasse geleid heeft.
De politieke kwestie
De verschillende syndicale congressen
moeten dan ook het bilan maken van deze duidelijke mislukking. Ze moeten dit ook
doen in het besef dat dit niet een éénmalig falen is, maar dat dit ook al het
bilan was van het vorige IPA en van de mislukte mobilisaties tegen de aanvallen
van deze regering op de brugpensioenen, het tijdskrediet en de andere aanvallen
tegen de werkenden in dit land. Dit kan ook niet zonder een diepgaande
discussie over onze politieke vertegenwoordiging: welke politieke
vertegenwoordiging moet de arbeidersbeweging opbouwen om ook op het politieke
vlak te wegen en om onze essentiële belangen te verdedigen?
Jef Van Der Elst
Geen opmerkingen:
Een reactie posten